| « Tussen denken en doen. De Bezetting (slot) | Tussen denken en doen, deel 3 Nazificatie en Jodenvervolging » |
Tussen denken en doen deel 4 (van 5) Exploitatie en verzet
6. Exploitatie: voedselroof en Arbeidsinzet
Over de schaarste en de arbeidsinzet werd veelvuldig geklaagd in de oorlogsdagboeken.
Hoewel aanvankelijk gewoon betaald werd door de bezetter en het Nederlandse bedrijfsleven winst maakte[1], zagen veel mensen leveranties aan de Duitsers als roof.
Steeds meer producten zoals voedsel, kleding, schoeisel en zeep werden schaars en gingen op de bon, dat was de schuld van de bezetter. Het distributiesysteem bracht veel rompslomp met zich mee, onvoorbereid boodschappen doen was er niet meer bij.
De juiste bonnen verzamelen en op het goede moment meenemen naar de winkel, in de hoop dat de producten daadwerkelijk verkrijgbaar waren, het werd een hele zorg voor de huisvrouw in bezettingstijd.[2]
Achteraf heeft Trienekens[3] aangetoond dat de voedselvoorziening – tot de Hongerwinter - relatief gezond was. Er was genoeg voedsel dat eerlijk werd verdeeld. Maar men at veel minder vet en minder vlees dan men gewend was. De - authentieke - perceptie van de Nederlander zelf was dat hij slecht at.[4] Dat de ellende van de Hongerwinter achteraf is geprojecteerd op de hele oorlog, [5] zoals Van der Heijden stelt, strookt dan ook niet met diverse dagboekfragmenten.[6]
In de loop van 1942 stelde de bezetter de algemene arbeidsplicht in. Door de strijd aan het Oostfront had Duitsland behoefte aan meer arbeidskrachten. Ook studenten die weigerden de loyaliteitsverklaring te tekenen, riskeerden tewerkstelling in Duitsland. In 1943 werden ook alle Nederlandse militairen teruggeroepen in krijgsgevangenschap. Het werd gezien als mensenroof:
‘Alles stelen ze weg, tot onze mannen aan toe.’[7]
Was het eerder nog mogelijk de oorlog buiten te sluiten, nu werd iedereen slachtoffer. Het leidde tot de April/meistakingen in 1943. Deze staking uitte zich – anders dan de Februaristaking, die beperkt bleef tot Amsterdam – vooral in het noorden en oosten van het land.[8] De stakingen werden met veel geweld neergeslagen, er vielen 200 doden.
Veel mannen onttrokken zich aan de oproep en kozen ervoor onder te duiken. De verwachting dat als je zonder kleerscheuren door de oorlog kon komen, als je je maar aan de regels van de bezetter hield, kwam niet uit.
De gemiddelde Nederlander maakte zich erg druk over de exploitatie, terwijl de uiteindelijke gevolgen achteraf relatief meevielen.[9] Anders dan bij de Jodentransporten, waarbij mensen nog passief langs de zijlijn stond, was men vanaf de April/meistakingen in 1943 klaar voor actief verzet.
7. Verzet en verzetjes
Het denken over het verzet heeft een opmerkelijke omslag doorgemaakt. Aanvankelijk zagen veel Nederlanders verzet als zinloos. Wat droeg het bij aan het beëindigen van de bezetting? Later kwam daar nog bij dat het leven van onschuldige gijzelaars in de waagschaal werd gesteld.[10] Maar dat veranderde na eind 1942, verzet werd concreet. De illegale pers en onderduiken werden belangrijke vormen van verzet in Nederland.
Vooral in het eerste jaar van de bezetting zijn er vele uitingen van symbolisch verzet.
De eerste collectieve actie was Anjerdag.[11] Op 29 juni 1940, de verjaardag van Prins Bernhard, droegen veel mensen een witte anjer of legden bloemen bij het standbeeld van koningin Emma. Het gaf mensen een gevoel van saamhorigheid. De Duitsers vonden het een belachelijk bloemencorso en verboden de kranten erover te berichten.[12]
Van der Heijden noemt het ‘verzetjes’: symbolische daden waarmee mensen hun onvrede toonden, maar waarmee ze geen gevaar liepen.[13] Dat beseften ze zelf ook. Regelmatig verzuchtte men in dagboeken dat het gruwelijk flauw was, maar het gaf een voldaan gevoel.[14]
De Februaristaking was van een andere orde. De verontwaardiging tegen de maatregelen van de bezetter kwam tot een uitbarsting. De aanleiding was het oppakken van 400 joodse mannen in Amsterdam. De bezetter trad hard op en bij het neerslaan vielen tien doden. De staking bleef beperkt tot Amsterdam en kranten en radio berichtten er uiteraard niet over. Toch werd de staking in veel dagboeken genoemd. Eindelijk stond Nederland op tegen de bezetter![15]
In de illegale pers werd de staking uitgebreid beschreven en toegejuicht.[16] Er was naast bewondering ook afkeuring, wat zouden de gevolgen zijn?[17]
De groep joden die werd opgepakt rond de Februaristaking kwam in Mauthausen terecht en al snel volgden er overlijdensberichten. De conclusie: wie de Duitsers tegenwerkte, speelde met zijn leven.[18]
Nederland was niet gewend aan geweld.[19] Op de eerste executie van het verzet in februari 1943 werd met afschuw gereageerd. De illegale pers wees de moord af. Zoiets paste bij het verfoeide nationaal-socialistische gedachtegoed.[20] In dagboeken werd de daad eveneens afgekeurd, het toonde aan dat de oorlog het slechtste in mensen naar boven bracht.[21]
De April/meistakingen tegen de arbeidsinzet gaven het georganiseerde verzet een enorme impuls. De actiebereidheid nam toe tegelijk met de vraag naar het georganiseerde verzet.
De illegale pers en onderduiken werden in Nederland groter dan elders.[22] Er waren in Nederland meer dan 1.000 illegale bladen met een oplage van circa 450.000[23] die vaak door meerdere gezinnen werden gelezen. Het belang van deze publicaties was groot.[24] De illegale pers zorgde voor informatie en gaf hoop. Zo legde het een voedingsbodem voor het verzet. In de loop van 1942 groeide het georganiseerde verzet rond de hulp aan onderduikers. Zowel de vraag als het aanbod nam toe. In Nederland doken totaal circa 350.000 mensen onder, waaronder circa 25.000 joden. Voor het grootste deel waren het mannen die zich onttrokken aan de grootschalige arbeidsinzet.[25]
De gemiddelde Nederland uitte zijn anti-Duitse gevoelens door middel van symbolisch verzet, waarmee hij weinig risico liep. Waren ‘verzetjes’ eigenlijk wel verzet? De Jong omschrijft verzet ruimer dan illegaliteit:
‘elk handelen dat trachtte te verhinderen dat de bezetter zijn gestelde doelen zou bereiken.’[26]
De nazificatie mislukte doordat de bevolking zich het nationaal-socialisme niet liet voorschrijven.[27] Het doel werd niet gehaald doordat symbolisch verzet de Nederlanders samenbracht tégen de Duitsers. Dus kan dit weldegelijk gekwalificeerd worden als verzet.
Bij de confrontatie rond Februaristaking toonde de bezetter zijn ware gezicht. Na de April/meistakingen werd actief verzet niet langer gezien als waaghalzerij.
Het
werd concrete hulp aan de illegale pers of aan onderduikers. Daarbij was
belangrijk dat de onderduikers uit de directe omgeving kwamen. De passieve
stemming werd actief.
[1] Vd Heijden, Grijs verleden, 154-155
[2] Vd Boom, We leven nog, 74
[3] G. Trienekens, Tussen ons volk en de honger. De voedselvoorziening 1940-1945 (Utrecht, 1985)
[4] Vd Boom, We leven nog, 75
[5] Vd Heijden, Grijs verleden, 149
[6] Vd Boom, We leven nog, 71
[7] Ibidem, 76
[8] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 61
[9] Vd Boom, We leven nog, 79
[10] Ibidem, 96
[11]Ibidem, 32
[12] Bartstra, Stemmingsgeschiedenis, 155
[13] Vd Heijden, Grijs verleden, 271
[14] Vd Boom, We leven nog, 86
[15] Ibidem, 48
[16] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 44-45
[17]Vd Heijden, Grijs verleden, 291
[18] Vd Boom, We leven nog, 61
[19] Vd Heijden, Grijs verleden, 289
[20] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 70
[21] Vd Boom, We leven nog, 94
[22] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 69 en Vd Heijden, Grijs verleden, 288
[23] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 64
[24] Vd Heijden, Grijs verleden, 291
[25] Ibidem, 303
[26] De Jong, Het Koninkrijk, dl VII, 995
[27] Blom, Exploitatie en nazificatie, 35