Urbanus en de Kruistocht naar het Heilige Land

27 november 1095 Paus Urbanus II roept op tot de Eerste
Kruistocht

Urbanus II werd Paus in een roerige tijd. De Duitse
Keizer van het Heilige Roomse Rijk en de Paus streden om de hoogste macht. Daardoor
waren er twee Pausen: de door Rome benoemde Urbanus II, en de tegenpaus,
aangesteld door keizer Hendrik IV.

Zijn pontificaat kon Urbanus daarom pas na hulp van het
Franse leger, in Rome vestigen.

Begin 1095 ontving Paus Urbanus II een delegatie van de
Byzantijnse Keizer Alexis I. Constantinopel, hoofdstad van zijn rijk, restant
van het Oost-Romeinse Rijk, werd aangevallen door de Turken.

Je zou denken dat Urbanus genoeg aan zijn hoofd had in
het onrustige Europa, maar nee.

Urbanus was een strateeg. Hij zag een mooie
afleidingsmanoeuvre zijn. Als hij een leger op de been kon brengen om de
Heilige Stad Jeruzalem te bevrijden, dan zouden de heethoofden ver weg van Rome
en Europa aan het vechten slaan. Dan zou de lont uit het kruitvat zijn.
(Bij wijze van spreken dan, het buskruit was toen alleen
nog maar in China bekend.)

Tijdens het Concilie van Clermont riep Urbanus in een
preek op een kruistocht te houden om het Heilige Land te bevrijden. Jeruzalem
en het Heilige Graf van Jezus werden bezoedeld door heidenen! God riep de
christenen op hun onderlinge strijd te staken en gezamenlijk hun
christenbroeders in Byzantium bij te staan. God zou allen die meededen in deze
strijd al hun zonden vergeven.

Een vaste plek in de Hemel was te verdienen, ongedacht
wat je op je kerfstok had.

Een klein jaar later trok de eerste Kruistocht naar het
Heilige Land. Alle Kruisvaarders waren herkenbaar aan het kruis op hun
bovenkleed. Het was een bont gezelschap. Niet alleen ridders maar ook boeren en
anderen, gedreven door godsdienstwaan, zucht naar avontuur en geldelijk gewin. De
kruisvaarders trokken een spoor van vernieling en plundering op hun tocht. Alexis
I kreeg waar hij om vroeg, maar of hij er blij mee moest zijn…  

Het doel werd bereikt, op 15 juli 1099 veroverden de
eerste Kruisvaarders Jeruzalem.

Veel christelijks was er niet aan hun optreden, de joodse
en islamitische bewoners van de stad werden vrijwel allemaal vermoord. Er
werden vier Latijnse Staten gevestigd: Jeruzalem, Edessa, Tripoli en Antiochië.
Godfried van Bouillon werd heerser over  het
koninkrijk Jeruzalem. Daar zat Alexis helemaal niet op te wachten. Hij wilde
zijn eigen rijk terug, geen concurrenten erbij!

In de 200 jaar daarna trokken ridders en pelgrims naar
het Midden-Oosten. Er waren meerdere kruistochten nodig om de gebieden in
handen te houden. Rustig werd het in het gebied nooit. Wat dat betreft is de huidige
situatie tussen Israël en de Arabische wereld meer van hetzelfde.

Grote probleem was gebrek aan samenwerking aan beide
kanten. Zowel de moslims als de christenen waren hopeloos verdeeld en streden
vaak onderling tegen elkaar. Zo vochten geregeld christelijke legers samen met
de troepen van een moslimleider tegen een andere christelijke groep.

Toen de moslims erin slaagden eendachtig op te trekken
tegen de christenen, veroverden zij steeds meer gebieden. Uiteindelijk was alleen
de stad Akko nog in christelijke handen. De val van de stad in 1291 maakte een
definitief einde aan de tijd van de Kruisvaarders.

De Tempeliers kregen de schuld in hun schoenen geschoven.
Lees hiervoor mijn eerdere blog over De Tempeliers.

Leave a Reply