Cleveringarede 26 november 1940

Op 26 november 1940 houdt professor Cleveringa zijn beroemd
geworden rede als protest tegen het ontslag van zijn joodse collega´s.
Professor R.P. Cleveringa was decaan en hoogleraar
handelsrecht en burgerlijk procesrecht aan de universiteit Leiden. Het ontslag treft ook zijn promotor, mr. Meijers. 

Cleveringa begon zijn rede met de opmerking dat hij geen
woorden kon vinden die de smartelijke en wrange gevoelens konden uitdrukken die
het bericht bij hem opriep. Maar over de bezetter wilde hij het niet hebben. Hij
riep zijn toehoorders op hen “uit het gezicht en beneden ons te laten”.

Vervolgens roemde hij de grootsheid van jurist Meijers en
diens betekenis voor zijn Universiteit, zijn volk en zijn land.

“Het is deze Nederlander, deze nobele en ware zoon van
ons volk, deze mensch, deze studentenvader, deze geleerde dien de vreemdeling,
welke ons thans vijandiglijk overheerscht, ‘ontheft van zijn functie’! Ik zeide
U niet over mijn gevoelens te zullen spreken; ik zal mij eraan houden, al
dreigen zij als kokende lava te barsten door al de spleten, welke ik bij
momenten den indruk heb, dat zich, onder den aandrang ervan, in mijn hoofd en
hart zouden kunnen openen.”

Na dit vlammend betoog ging Cleveringa in op de Nederlandse
Grondwet, die stelt dat

“iederen Nederlander tot elke landsbediening en tot de
bekleeding van elke waardigheid en elk ambt benoembaar, en stelt zij hem,
onafhankelijk van zijn godsdienst, in het genot van dezelfde burgerlijke en
burgerschapsrechten. Volgens art. 43 van het Landoorlogsreglement is de
bezetter gehouden de landswetten te eerbiedigen (…)

Wij hadden gemeend hiervoor gespaard te mogen en te
zullen worden. Het heeft niet zoo mogen zijn. Wij kunnen, zonder in nuttelooze
dwaasheden te vervallen, welke ik U met klem moet ontraden, thans niets anders
doen dan ons buigen voor de overmacht.”

Met deze opmerking kon Cleveringa achteraf aangeven dat
hij de studenten niet had opgeroepen
te gaan staken. Hij kondigde ook aan dat hij een week later zijn colleges zou
hervatten.

Maar zo zou het niet zijn.
Cleveringa werd na de toespraak, die als een lopend vuurtje door het
land ging, opgepakt en gevangen gezet in het Oranjehotel, de gevangenis te
Scheveningen.

De studenten gingen in staking – waar Cleveringa dus niet
toe had opgeroepen – en de universiteit werd de rest van de oorlog gesloten. Een
klein jaar later kwam hij vrij. In 1944 kwam hij als gijzelaar terecht in
kamp Vught. Na de oorlog keerde hij terug aan de universiteit. Ook Meijers
overleefde de oorlog.

De rede maakte grote indruk en inspireerde veel studenten. In 2004 werd Cleveringa postuum gekozen tot grootste
universitaire Leidenaar.

Niet alle juristen hadden zo´n rechte rug in de oorlog, integendeel. Het hoogste rechtscollege legde de bezetter geen strobreed in de weg. Lees de recent gepubliceerde studie De Hoge Raad en de Tweede Wereldoorlog van de Nijmeegse hoogleraar Corjo Jansen en universiteitsdocent Derk Venema.

Helden zijn zeldzaam, ook in oorlogstijd. Terecht dat de Universiteit Leiden de Cleveringarede nog elk jaar herdenkt.


R.P.
Cleveringa, Afscheidscollege & 26 novemberrede. Zwolle, Tjeenk
Willink, 1973, p. 23-30.

Leave a Reply