Over dubbeltjes en kwartjes

Jaren geleden las ik een column van Carolijn Visser, waarin zij het had over `Peter en de Wolf-kinderen`. Ik begreep meteen wat ze bedoelde. Kinderen die rijk geboren worden, in een huis met een piano, met klassieke muziek, die in het weekend taartjes aten en naar het museum gingen.

Ik had dat allemaal niet. Mijn vader was een gewone arbeider zonder al te veel opleiding maar met een prima zakeninstinct. We hadden het dus best goed, als eerste in de straat een TV en al vroeg een auto en vakanties naar het buitenland.

Toch heeft het gevoel dat je van een dubbeltje nooit een kwartje kunt worden, me nog heel lang achtervolgt. Inmiddels heb ik een titel, niet gekregen van mijn familie, maar door helemaal zelf af te studeren! Ik heb een goede baan gevonden, een prima loopbaan, verre reizen en genoeg materi~ele zaken om mezelf tot de `rijken` te rekenen.

Toch komt dat gevoel dat ik nog steeds dat dubbeltje ben, nog wel eens de kop opsteken op recepties met mensen met een aardappel in hun keel en dubbele namen op hun kaartjes.

Deze week was ik in het Museum van Oudheden, de tentoonstelling over keizer Wilhelm II van Duitsland in Griekenland. Hij nam daar het huis over dat Sisi op Kreta had laten bouwen.

Er zaten wat filmpjes bij waar je Wilhelm ziet in zijn laatste jaren in zijn kasteel in Doorn. Wat een trieste bedoeling! Ik wist dat koningin Wilhelmina hem smalend de houthakker in het bos noemde. Maar dat dat echt zo’n beetje het enige lijkt te zijn dat die man nog over had om zich mee te vermaken….Dan ben je geboren als troonopvolger van het grootste keizerrijk in Europa, en dan breng je zo je laatste decennia door!

Van een dubbeltje nooit een kwartje worden, is niet fijn. Maar als een kwartje geboren worden en dan eindigen als een dubbeltje, dat is pas zielig!

Leave a Reply