Aankomend historicus

van MR naar BA
  • Home
  • Contact
  • Log in

It giet oan!

February 5th, 2012

It giet oan?

Vandaag zijn de Rayonhoofden voor het eerst sinds 1997 weer bijelkaar, een prima moment voor een antwoord op de dringende vraag: is het nou It giet oan? Of It giet troch?

Een paar dagen geleden zag ik De Hel van ’63. Daarin kwam een krantenkop in beeld: “It giet troch!” Dat was de kreet waarmee de kogel door de kerk ging. De beslissing was gevallen, de tocht van ’63 ging door!

Maar dat moest toch zijn “It giet oan”? Dat is toch de gevleugelde kreet als de rayonhoofden het sein gegeven hebben?

Ik waagde er een tweet aan. Met dank aan alle tweeps die daarop gereageerd hebben, is hier het antwoord.

“It giet troch” was de aankondiging van ing Jan Hoogland, voorzitter van de Friese Elfstedenvereniging in 1963. Bij deze tocht reden ook Jan Sipkema en Henk Kroes, de latere voorzitters mee.  

Pas in 1985 werd een volgende Elfstedentocht aangekondigd. Hierbij gebruikte ing Sipkema opnieuw de zin “It giet troch”.

Voor zijn 2e Elfstedentocht in 1986 koos hij voor “It sil heve”.

Beroemdste deelnemer in 1986 was W.A. van Buren mee, onze kroonprins. Sindsdien is onze Willem-Alexander in mijn achting gestegen! Hij zal best aardig kunnen schaatsen, maar zo’n tocht uitrijden als amateur, dat toont karakter! Geruchten dat hij niet de hele tocht zou hebben gereden, moesten worden gerectificeerd. Die aantijgingen pikte hij niet!

Voorzitter Henk Kroes wilde in 1997 een nieuwe term, en maakte “It giet oan” onsterfelijk.  

Hij ontleende deze zin aan het kaatsen, daarmee wordt het begin van het spel aangekondigd.

Maar inmiddels is de term onverbrekelijk verbonden met de laatste Tocht.

Er zijn geruchten dat de huidige voorzitter, Wiebe Wieling, weer zal kiezen voor de zin “It giet troch” als hij de tocht der tochten mag aankondigen. Hopelijk weten we het voor het eind van de maand…

Posted in Uncategorized | Send feedback »

Tussen denken en doen. De Bezetting (slot)

January 30th, 2012

 

8. Het keren van de oorlogskansen

In de eerste helft van de oorlog leek Duitsland onoverwinnelijk. Kort na Nederland werden België en Frankrijk verslagen. Kort daarna schreef Colijn:

‘dat een nederlaag van Duitsland niet langer binnen de grens der mogelijkheden mag worden  gerekend.’[1]

Iets anders was alleen gebaseerd op hoop. Toch geloofde men tegen beter weten in dat Duitsland de oorlog zou verliezen. Elk bericht over het oorlogsverloop voedde die hoop.

Een enkeling verbaasde zich hierover. Zoals de notaris in zijn dagboek in november 1940:

‘Het mensdom gelooft – waarom is niet erg duidelijk – dat de Duitse zaak er zeer slecht voorstaat.’

In juni 1942 schreef hij:

‘De meening dat Duitschland dezen oorlog verliest, is in Nederland al bijna een jaar zóó vast geworteld, dat vrijwel iedereen er in alle opzichten rekening mee houdt.’[2]

Ook de SiPo (Sicherheitspolizei) berichtte in november 1940 dat de Nederlanders een overwinning van Engeland als een onomstotelijk feit zagen. Later meldde de SiPo dat Nederland niet wilde zien dat Duitsland slag na slag won.[3]

In 1941 viel Hitler voormalig bondgenoot de Sovjet-Unie aan, waarbij de Nazi-troepen aanvankelijk zeer succesvol waren. Maar Duitse successen werden weggeredeneerd of simpelweg genegeerd.[4] De gemiddelde Nederlander wilde er niet aan dat Duitsland de oorlog zou kunnen winnen. Terwijl alle feiten daar tot begin 1942 op wezen.

Daarna, halverwege 1942, trad een dip op in het optimisme.[5] Nadat de Verenigde Staten zich hadden aangesloten bij de Geallieerden, werd op een snelle opmars gehoopt, maar die bleef uit. Meer slecht nieuws was dat Nederlands-Indië door Japan werd bezet. Hoe lang zou die vermaledijde oorlog nog gaan duren? [6] 

In de loop van 1943 werd het oorlogsnieuws beter. Stalingrad hield stand, de Geallieerden landden in Sicilië en Italië capituleerde. Er gloorde eindelijk licht in de duisternis.[7]

Elk goed bericht leidde tot vreugde. Maar de lang verwachtte invasie van D-Day vond pas in juni 1944 plaats. Een half jaar later was het zuiden van Nederland bevrijd. De rest van Nederland moest het ergste oorlogsjaar nog doorstaan. Het leven raakte na Dolle Dinsdag,

5 september 1944, geheel ontwricht door de Spoorwegstaking en de Hongerwinter.[8]

Wanhoop kenmerkte deze laatste chaotische periode.

De gemiddelde Nederlander had er al de hele bezetting rotsvast op vertrouwd dat Nazi-Duitsland de oorlog zou verliezen. Hij werd hoogstens moedeloos van het lange wachten. Het – objectieve - keren van de oorlogskansen bevestigde slechts wat men allang geloofde.

 

Conclusie

De bezetting was een onzekere situatie, waar het rustige, neutrale Nederland niet op voorbereid was. De Nederlander vond de Duitsers indringers en aan de bezetting moest snel een einde komen. Maar Koningin en regering waren gevlucht en met een oorlog of bezetting had niemand ervaring. Dat leidde tot een afwachtende houding.

Vervolgens werd de Nederlander door het eigen gezag opgeroepen mee te werken met de bezetter, die zich fatsoenlijk gedroeg, en het gewone leven te hervatten. Onder deze omstandigheden is het niet vreemd dat hieraan gehoor werd gegeven.

Het alternatief was niet meewerken, en dat was niet in het eigenbelang en evenmin, conform de ‘beschermingshypothese,’ in het landsbelang. Dat Nederland het land werd met de grootste illegale pers en met de meeste onderduikers, mag dan ook een hele prestatie worden genoemd.

Meermalen, bijvoorbeeld bij de Jodenvervolging, valt op dat de gewone Nederlander simpelweg niet wist wat hij kon doen. Hij toonde weinig initiatief en miste leiding. Wanneer het tot actie kwam, zoals bij de Februaristaking, schrok men van de reactie van de bezetter.

De Nederlander hield het liever bij symbolisch verzet, of ´verzetjes’ zonder veel risico. Het bracht de Nederlanders samen tégen de Duitsers. Weinig heldhaftig, maar het droeg wel bij aan het mislukken van de nazificatie. Het heeft de bevrijding geen dag dichterbij gebracht.

Diverse historici betogen dat de stemming omsloeg, toen duidelijk werd dat Duitsland de oorlog zou verliezen. Maar de gemiddelde Nederlander geloofde al vanaf het begin van de bezetting heilig in de overwinning van de Geallieerden.

De gedachte dat het verzet zin krijgt na het omslaan van de oorlogskansen, zie ik niet in. Enerzijds omdat het verzet zich juist in de laatste fase van de oorlog niet meer richtte op een ondergronds leger. De activiteiten ten behoeve van de illegale pers en hulp aan onderduikers stonden niet in direct verband met de oorlogsvoering. Anderzijds omdat het idee dat de Duitsers zouden verliezen door de gemiddelde Nederlander tegen beter weten in de gehele oorlog door wordt geloofd. Dat het verlies van de Duitse bezetter eindelijk ook feitelijk kan worden onderbouwd, is mijns inziens geen omslag te noemen.  

Het verzet wordt actief na de grootschalige arbeidsinzet, dat veel mensen in hun eigen familie raakt. Dat wordt vaak een omslag naar een anti-Duitse stemming genoemd. Maar het zich onttrekken aan de Duitse maatregelen is niet onverenigbaar met de eerdere, meer passieve anti-Duitse stemming. Mijn conclusie is dat dit geen omslag is in de stemming in die zin dat deze eerder niet anti-Duits zou zijn geweest. De stemming werd actief, maar was al anti-Duits.

 

Resumerend kan gesteld worden dat de Nederlander de bezetting een vreselijke situatie vond, waaraan snel een einde moest komen. Maar hij zag niet wat hij ertegen kon doen, dus accommodeerde hij desgevraagd. De stemming van de gemiddelde Nederlander was daarmee anti-Duits, ondanks een coöperatieve houding ten opzichte van de bezetter.

Tenslotte het beeld van Nederland dat als één man opstond tegen de bezetter. Meerdere schrijvers stellen dat dat beeld nooit door De Jong of andere historici is uitgedragen.[9] Maar het brede publiek herkent dat beeld direct van Van Kooten en De Bie in ‘Wo ist der Bahnhoff’.[10] Het blijkt authentiek. Verkijk wijst op de memoires van een Duitse politieman. Hij werd als hij in de oorlog de weg vroeg, steevast de verkeerde kant op gewezen.[11]

 



[1] Vd Heijden, Grijs verleden, 133

[2] Beide citaten: Vd Boom, We leven nog, 101

[3] Ibidem, 106

[4] Ibidem, 108

[5]Ibidem, 109 en Bartstra, Stemmingsgeschiedenis, 165

[6] Vd Boom, We leven nog, 110

[7] Ibidem, 115

[8] Vd Heijden, Grijs verleden, 316

[9] O.a. Blom, Grijs verleden? 59

[10] http://www.youtube.com/watch?v=h1XEPlh8jNA&feature=related uit: Van Kooten en de Bie, 5 mei 1985 

[11] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 27

Posted in Uncategorized | Send feedback »

Tussen denken en doen deel 4 (van 5) Exploitatie en verzet

January 27th, 2012

6. Exploitatie: voedselroof en Arbeidsinzet

Over de schaarste en de arbeidsinzet werd veelvuldig geklaagd in de oorlogsdagboeken.

Hoewel aanvankelijk gewoon betaald werd door de bezetter en het Nederlandse bedrijfsleven winst maakte[1], zagen veel mensen leveranties aan de Duitsers als roof.

Steeds meer producten zoals voedsel, kleding, schoeisel en zeep werden schaars en gingen op de bon, dat was de schuld van de bezetter. Het distributiesysteem bracht veel rompslomp met zich mee, onvoorbereid boodschappen doen was er niet meer bij.

De juiste bonnen verzamelen en op het goede moment meenemen naar de winkel, in de hoop dat de producten daadwerkelijk verkrijgbaar waren, het werd een hele zorg voor de huisvrouw in bezettingstijd.[2]

Achteraf heeft Trienekens[3] aangetoond dat de voedselvoorziening – tot de Hongerwinter - relatief gezond was. Er was genoeg voedsel dat eerlijk werd verdeeld. Maar men at veel minder vet en minder vlees dan men gewend was. De - authentieke - perceptie van de Nederlander zelf was dat hij slecht at.[4] Dat de ellende van de Hongerwinter achteraf is geprojecteerd op de hele oorlog, [5] zoals Van der Heijden stelt, strookt dan ook niet met diverse dagboekfragmenten.[6] 

In de loop van 1942 stelde de bezetter de algemene arbeidsplicht in. Door de strijd aan het Oostfront had Duitsland behoefte aan meer arbeidskrachten. Ook studenten die weigerden de loyaliteitsverklaring te tekenen, riskeerden tewerkstelling in Duitsland. In 1943 werden ook alle Nederlandse militairen teruggeroepen in krijgsgevangenschap. Het werd gezien als mensenroof:

‘Alles stelen ze weg, tot onze mannen aan toe.’[7]

Was het eerder nog mogelijk de oorlog buiten te sluiten, nu werd iedereen slachtoffer. Het leidde tot de April/meistakingen in 1943. Deze staking uitte zich – anders dan de Februaristaking, die beperkt bleef tot Amsterdam – vooral in het noorden en oosten van het land.[8] De stakingen werden met veel geweld neergeslagen, er vielen 200 doden.

Veel mannen onttrokken zich aan de oproep en kozen ervoor onder te duiken. De verwachting dat als je zonder kleerscheuren door de oorlog kon komen, als je je maar aan de regels van de bezetter hield, kwam niet uit.

De gemiddelde Nederlander maakte zich erg druk over de exploitatie, terwijl de uiteindelijke gevolgen achteraf relatief meevielen.[9] Anders dan bij de Jodentransporten, waarbij mensen nog passief langs de zijlijn stond, was men vanaf de April/meistakingen in 1943 klaar voor actief verzet.  

7. Verzet en verzetjes

Het denken over het verzet heeft een opmerkelijke omslag doorgemaakt. Aanvankelijk zagen veel Nederlanders verzet als zinloos. Wat droeg het bij aan het beëindigen van de bezetting? Later kwam daar nog bij dat het leven van onschuldige gijzelaars in de waagschaal werd gesteld.[10] Maar dat veranderde na eind 1942, verzet werd concreet. De illegale pers en onderduiken werden belangrijke vormen van verzet in Nederland.

Vooral in het eerste jaar van de bezetting zijn er vele uitingen van symbolisch verzet.

De eerste collectieve actie was Anjerdag.[11] Op 29 juni 1940, de verjaardag van Prins Bernhard, droegen veel mensen een witte anjer of legden bloemen bij het standbeeld van koningin Emma. Het gaf mensen een gevoel van saamhorigheid. De Duitsers vonden het een belachelijk bloemencorso en verboden de kranten erover te berichten.[12]

Van der Heijden noemt het ‘verzetjes’: symbolische daden waarmee mensen hun onvrede toonden, maar waarmee ze geen gevaar liepen.[13] Dat beseften ze zelf ook. Regelmatig verzuchtte men in dagboeken dat het gruwelijk flauw was, maar het gaf een voldaan gevoel.[14]

De Februaristaking was van een andere orde. De verontwaardiging tegen de maatregelen van de bezetter kwam tot een uitbarsting. De aanleiding was het oppakken van 400 joodse mannen in Amsterdam. De bezetter trad hard op en bij het neerslaan vielen tien doden. De staking bleef beperkt tot Amsterdam en kranten en radio berichtten er uiteraard niet over. Toch werd de staking in veel dagboeken genoemd. Eindelijk stond Nederland op tegen de bezetter![15]

In de illegale pers werd de staking uitgebreid beschreven en toegejuicht.[16] Er was naast bewondering ook afkeuring, wat zouden de gevolgen zijn?[17]

De groep joden die werd opgepakt rond de Februaristaking kwam in Mauthausen terecht en al snel volgden er overlijdensberichten. De conclusie: wie de Duitsers tegenwerkte, speelde met zijn leven.[18]

Nederland was niet gewend aan geweld.[19] Op de eerste executie van het verzet in februari 1943 werd met afschuw gereageerd. De illegale pers wees de moord af. Zoiets paste bij het verfoeide nationaal-socialistische gedachtegoed.[20] In dagboeken werd de daad eveneens afgekeurd, het toonde aan dat de oorlog het slechtste in mensen naar boven bracht.[21]

De April/meistakingen tegen de arbeidsinzet gaven het georganiseerde verzet een enorme impuls. De actiebereidheid nam toe tegelijk met de vraag naar het georganiseerde verzet.

De illegale pers en onderduiken werden in Nederland groter dan elders.[22] Er waren in Nederland meer dan 1.000 illegale bladen met een oplage van circa 450.000[23] die vaak door meerdere gezinnen werden gelezen. Het belang van deze publicaties was groot.[24] De illegale pers zorgde voor informatie en gaf hoop. Zo legde het een voedingsbodem voor het verzet. In de loop van 1942 groeide het georganiseerde verzet rond de hulp aan onderduikers. Zowel de vraag als het aanbod nam toe. In Nederland doken totaal circa 350.000 mensen onder, waaronder circa 25.000 joden. Voor het grootste deel waren het mannen die zich onttrokken aan de grootschalige arbeidsinzet.[25]

De gemiddelde Nederland uitte zijn anti-Duitse gevoelens door middel van symbolisch verzet, waarmee hij weinig risico liep. Waren ‘verzetjes’ eigenlijk wel verzet? De Jong omschrijft verzet ruimer dan illegaliteit:

‘elk handelen dat trachtte te verhinderen dat de bezetter zijn gestelde doelen zou bereiken.’[26]

De nazificatie mislukte doordat de bevolking zich het nationaal-socialisme niet liet voorschrijven.[27] Het doel werd niet gehaald doordat symbolisch verzet de Nederlanders samenbracht tégen de Duitsers. Dus kan dit weldegelijk gekwalificeerd worden als verzet.

Bij de confrontatie rond Februaristaking toonde de bezetter zijn ware gezicht. Na de April/meistakingen werd actief verzet niet langer gezien als waaghalzerij.

Het werd concrete hulp aan de illegale pers of aan onderduikers. Daarbij was belangrijk dat de onderduikers uit de directe omgeving kwamen. De passieve stemming werd actief.


[1] Vd Heijden, Grijs verleden, 154-155

[2] Vd Boom, We leven nog, 74

[3] G. Trienekens, Tussen ons volk en de honger. De voedselvoorziening 1940-1945 (Utrecht, 1985)

[4] Vd Boom, We leven nog, 75

[5] Vd Heijden, Grijs verleden, 149

[6] Vd Boom, We leven nog, 71

[7] Ibidem, 76

[8] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 61

[9] Vd Boom, We leven nog, 79

[10] Ibidem, 96

[11]Ibidem, 32

[12] Bartstra, Stemmingsgeschiedenis, 155

[13] Vd Heijden, Grijs verleden, 271

[14] Vd Boom, We leven nog, 86

[15] Ibidem, 48

[16] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 44-45

[17]Vd Heijden, Grijs verleden, 291

[18] Vd Boom, We leven nog, 61

[19] Vd Heijden, Grijs verleden, 289

[20] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 70

[21] Vd Boom, We leven nog, 94

[22] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 69 en Vd Heijden, Grijs verleden, 288

[23] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 64

[24] Vd Heijden, Grijs verleden, 291

[25] Ibidem, 303

[26] De Jong, Het Koninkrijk, dl VII, 995

[27] Blom, Exploitatie en nazificatie, 35

Posted in Uncategorized | Send feedback »

Tussen denken en doen, deel 3 Nazificatie en Jodenvervolging

January 23rd, 2012

4 Nazificatie, de Nederlandse Unie en de NSB

Eén van de doelen van de bezetter was de Nederlandse bevolking winnen voor het nationaal-socialisme, aldus Blom.[1] Hiervoor werd propaganda ingezet en werden organisaties op nationaal-socialistische leest hervormd, of: gelijkgeschakeld.

Dat beviel mensen niet. Ze klaagden dat hun krant pro-Duits werd. Ook de – legale – radio werd niet meer serieus genomen, het ANP werd ‘Adolfs Nieuwe Papegaai.’[2] De propaganda die in bioscopen werd vertoond, werd met zoveel afkeurend gejoel ontvangen, dat er waarnemers in de zaal kwamen.[3]

De Nederlanders wezen de Duitse propaganda instinctief af. Een notaris ergerde zich eraan in zijn dagboek: Nederland gedraagt zich voorbeeldig, doet alles wat de bezetter verordonneerd, maar wil men alsjeblieft ophouden met dat ideologische gezwets?[4]

De oprichting van de Nederlandse Unie, op initiatief van de bezetter, werd daarentegen een groot succes. De meeste Nederlanders zagen in de Nederlandse Unie juist niet een instrument van de bezetter, maar een mogelijkheid zich uit te spreken tegen de bezetter en tegen de NSB.[5] De bezetting was een gegeven en samenwerking met de Duitsers was nodig vanwege de beschermingshypothese: als de Nederlanders in staat waren om hun eigen land goed te besturen, dan zouden de Duitsers geen aanleiding hebben méér te veranderen dan onder de gegeven omstandigheden strikt noodzakelijk was.[6]

Zo werd voorkomen dat een machtsvacuüm zou worden opgevuld door NSB’ers. Want de NSB werd door de gemiddelde Nederlander nog dieper gehaat dan de bezetter.[7]

De notaris noteert:

‘De NSB wordt niet gehaat als de pest, maar nog erger, als de kanker. Want de pest komt vanbuiten, de kanker vanbinnen.’[8] 

Veel organisaties kregen in het kader van de nazificatie een Duitsgezinde leiding. Bij vakbonden en werkgeversorganisaties leidde dat tot veel opzeggingen. De bezetter hield een lege huls over. De SDAP ging nog verder, en hief zichzelf op.[9] De Nederlandse Unie werd eind 1941 ook opgeheven, na een moeizaam jaar samenwerken met de bezetter.[10]

Van der Heijden concludeert dat de uniformiteit die het nazi-systeem vereiste, onverenigbaar was met de pluriformiteit van het verzuilde Nederland.[11]

De Nederlander voegde zich in gedrag naar de bezetter, maar voegde zich niet naar diens overtuiging:

‘De modale Nederlander, kortom, moest van het nationaal-socialisme niets hebben.’[12]

De vrijwillige nazificatie mislukte, de Nederlander liet zich niet tot het nationaal-socialisme bekeren. De Nederlander was bereid geweest tot samenwerking, maar wilde zich niet laten voorschrijven wat hij moest denken. De bezetter gaf de welwillende aanpak op.[13]

5 Jodenvervolging

De Nederlandse joden waren volledig geïntegreerd of zelfs geassimileerd in de samenleving. De meeste joden woonden niet in aparte wijken.[14] Er was in Nederland weinig anti-semitisme in vergelijking met omringende landen.[15] Toch stonden er in dagboeken heel wat vooroordelen: joden zijn sluw, laf, vrijpostig, het is geen aangenaam volk. Maar het zijn toch ook mensen, vonden de meeste dagboekschrijvers en ze toonden zich verontwaardigd over de behandeling van de joden. De invoering van de Jodenster werd unaniem veroordeeld als een moffenstreek.[16]

Opvallend is dat mensen merkten dat diegenen die een ster droegen, hun eigen vooroordelen niet bevestigden. De ster leidde juist tot sympathie voor de nu als jood herkenbare buren. Het omgekeerde van wat de bezetter wilde bereiken. Het stemmingsrapport van de SiPo (Sicherheitspolizei) vermeldde in 1942 dat de Nederlanders een joodvriendelijke houding hadden.[17]

Hoewel niet veel mensen de transporten met eigen ogen zagen, waren deze wel algemeen bekend. Mensen toonde zich aangedaan, maar zagen niet wat ertegen kon worden gedaan.

Een Duitse functionaris rapporteerde:

‘De Nederlandse bevolking is geheel gekant tegen de transporten, maar zij toont hiervoor uiterlijk in het algemeen een gebrek aan belangstelling’[18]

De meeste joden gehoorzaamden aan de oproep van de bezetter om zich te melden voor transport. Ook zij waren opgegroeid in een land waar het altijd veilig was geweest. Onderduiken was nog een nieuw fenomeen, waaraan veel nadelen zaten. Was je niet veel slechter af als je ontdekt werd?  Beter samen op transport dan apart onderduiken, was de overheersende gedachte.[19]

Radio Oranje en de illegale pers besteedden nauwelijks aandacht aan het lot van de joden. Noch de regering in Londen, noch de joodse leiders riep de Nederlandse bevolking op zich te verzetten tegen de transporten. Wat wist men over het lot van de joden? Er waren veel wilde geruchten. Bij ‘gassen’ dacht men aan het onbeschermd werken met gassen. Hoe konden anders zoveel joodse jongemannen in korte tijd omkomen in Mauthausen?[20] Dat het een zeer zwaar lot was, was duidelijk. Maar minder dan tien procent van de dagboeken noemde de gaskamers.[21]

Zo leidde een afwachtende houding en onvoldoende besef van de ernst van de situatie tot de Nederlandse paradox:  een kleine kans op overleving voor joden in het veilige Nederland. Van der Heijden:

‘Het succes van de nazi’s kon in Nederland zo groot zijn omdat het begripsvermogen voor hun daden zo klein was.’[22]

De behandeling van de joden liet de meeste Nederlanders niet koud. Men vond het afschuwelijk, maar dééd niets. Een dagboekfragment:

‘Het bloed kookt ieder weldenkend mensch in de aderen, bij de gedachten aan deze verschrikkelijke dingen, welke men machteloos moet aanzien.’[23] 

Opvallend is dat de gemiddelde Nederlandse dagboekschrijver zich verderop in de oorlog nauwelijks afvraagt wat er met de afgevoerde joden gebeurd is. Ze verdwijnen simpelweg, niet alleen uit het straatbeeld, maar ook uit de dagboeken.

De Nederlanders ervoeren de behandeling van de joden tijdens de bezetting niet als fundamenteel anders zagen dan wat hen te wachten stond. De joden waren simpelweg eerder aan de beurt. Daarna zou hen hetzelfde lot te wachten staan, zo leek de gedachte. Achteraf bezien een enorme miskenning van het lot van de joden.[24]

 



[1] Blom, Exploitatie en nazificatie, 35

[2] Vd Boom, We leven nog, 33

[3] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 28

[4] Vd Boom, We leven nog, 35

[5] Bartstra, Stemmingsgeschiedenis, 156

[6] Ten Have, De Nederlandse Unie, 498

[7] Vd Heijden, Grijs verleden, 210

[8] Vd Boom, We leven nog, 40

[9] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 58

[10] Ten Have, De Nederlandse Unie, 502

[11] Vd Heijden, Grijs verleden, 182

[12] Vd Boom, We leven nog, 42

[13] Ten Have, De Nederlandse Unie, 497

[14] De Jong, Het Koninkrijk, dl 5, 479

[15] J.C.H. Blom, Dutch Jews, Jewisch Dutchmen and Jews in the Netherlands 1870-1940 in: Jonathan Israel en Reinier Salverda, Dutch Jewry: Its History and Secular Culture (1500-2000) (Leiden/Boston/Keulen 2002) 215

[16] Vd Boom, We leven nog, 49

[17] Vd Boom, We leven nog, 47

[18] Vd Heijden, Grijs verleden, 223

[19] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 101

[20] Vd Boom, We leven nog, 61

[21] Ibidem, 59

[22] Vd Heijden, Grijs verleden, 234

[23] Vd Heijden, Grijs verleden 53

[24] Vd Boom, We leven nog, 58

Posted in Uncategorized | Send feedback »

Tussen denken en doen deel 2. Bezetting en accommodatie

January 17th, 2012

 

2 De bezetting

Op 10 mei 1940 werd de gemiddelde Nederland volkomen verrast door de aanval op hun grondgebied. Het land was weliswaar gemobiliseerd, maar erg serieus had men dat niet echt genomen, zo´n vaart zou het toch niet lopen? Toen bleek dat de Koningin en de regering naar Londen waren gevlucht, voelde mensen zich dan ook in de steek gelaten.[1] Nederland was verslagen en voelde zich verslagen. Anderzijds was er opluchting dat de oorlogshandelingen na die eerste oorlogsweek werden gestaakt. Het verlies werd de Nederlandse strijdkrachten niet verweten. Onze jongens hadden dapper gevochten, was het algemene beeld. De Duitsers hadden gebruik gemaakt van list en bedrog en hadden hulp gekregen van NSB’ers. Dat was de versimpelde lezing van veel Nederlanders.[2]

Nederland was een bezet land geworden. Een bezetting is volgens de definitie van socioloog Lammers: ‘een vreemde overheersing die tot stand komt en in stand gehouden wordt door - dreiging met -  geweld.’[3] Dat de bezetting met geweld tot stand was gekomen, is duidelijk. Maar het in stand houden van de bezetting ging met minder geweld gepaard dan verwacht. De bezetter ging aanvankelijk met ‘fluwelen handschoenen’ te werk. Veel mensen verbaasden zich erover dat de Duitse soldaten correct en gedisciplineerd waren.[4] De bevolking werd door de regering vanuit Londen expliciet opgeroepen om zich bij situatie neer te leggen en niet tegen de bezetter in te gaan. Volgens bevelhebber Winkelman zou een waardige en rustige houding eerbied bij de bezettende vijand afdwingen.[5]  

De uiterlijke rust en bereidheid tot samenwerking liet onverlet dat mensen verontwaardigd waren over de inval en de bezetting. Nederland werd betrokken in een oorlog waar het land niet voor gekozen had.[6] Van der Boom concludeert:

 

‘Nederland vond de bezetting een vreemde, ergernis- en angstwekkende situatie, die weer snel moest eindigen. De inval was schandalig en onverdiend, de strijd was vuil gestreden, de bezetter, hoe acceptabel hij zich aanvankelijk ook gedroeg, had hier niets te zoeken. Wat er ook mis was geweest met het oude gezag, het was in ieder geval inheems.’[7]

 

Dit laatste is van belang voor de eerder genoemde definitie van Lammers: men zag de bezetter als vreemd. Terwijl de Duitsers het Nederlandse volk zagen als een Germaans broedervolk. De Nederlanders zagen dat anders.

De gemiddelde Nederlander was dus verontwaardigd over de bezetting maar men berustte erin, of,  zoals Van der Heijden het stelt, men koos de weg van de minste weerstand:  ‘Berusting is een gemoedstoestand die past bij een rustig land.’[8]

 

 

3 Dagelijks leven: accommodatie

Na de capitulatie werd het gewone leven hervat. De Nederlanders gingen weer aan het werk. Of men daarmee de Duitsers in de kaart speelde, leek niet veel mensen bezig te houden. De keuze tussen het bedrijf naar de haaien laten gaan óf doorwerken, met voordeel voor de bezetter, was niet moeilijk.[9]

Samenwerking met een bezetter is niet uitzonderlijk. Integendeel, volgens socioloog Lammers is een bezetting onbestaanbaar zonder samenwerking met de overheerste groep.[10]  En wat was het alternatief? Ontslag nemen verhoogde het risico om als werkloze tewerkgesteld te worden in Duitsland, waar men zeker voor de Duitsers werkte.[11] Niet meewerken spaarde alleen principes.[12] Verkijk stelt dat wie tussen 1940 en 1945 leefde en werkte, voor de Duitsers werkte: ‘Al het andere dan zelfmoord, was aanpassing.’[13]

Ook ambtenaren werd opgedragen op hun post te blijven en loyaal mee te werken met de bezetter. Pas als het voordeel voor de bezetter groter werd dan het belang van het volk bij het niet meer functioneren van het eigen overheidsapparaat, moest de ambtenaar opstappen.[14]

Later is hiervoor de term ‘accommodatie’ gebruikt, aanpassing met erkenning van de nieuwe situatie. Mensen gaven gehoor aan de oproep om samen te werken met de bezetter en stelden zich afwachtend en coöperatief op.[15] Niemand leek verbaasd over de oproep tot samenwerking.[16] Met name in het bedrijfsleven werd het verdienen aan handel met de Duitsers geen enkel probleem gevonden.[17]

Mensen probeerden het dagelijks leven zoveel mogelijk te handhaven.

De oorlog legde ook niet direct een groot beslag op het leven. Maar langzaam maar zeker groeide de onvrede. De oorlog nam sluipenderwijs steeds meer ruimte in. De bezetter trad harder op toen de voorzichtige aanpak onvoldoende aansloeg. In de zomer van 1942 werden ruim 1200 vooraanstaande Nederlanders opgepakt, die geïnterneerd werden in Haren. De oorlog kwam hiermee dichtbij: vrijwel iedereen ‘kende’ wel iemand in Haren. De sfeer van angst groeide.[18]

Van der Heijden schetst het gevoel van een ‘gegoede Hollandse burger.’[19] Zijn gevoel van ongemak groeide met Duitse uniformen op straat en de inkwartiering van Duitse soldaten. Hij probeerde gewoon door te leven om zoveel mogelijk vast te houden wat hem door de handen glipte: zekerheid. De zekerheid van een veilig huis, van voldoende eten, dat bouwwerk had zijn fundament verloren. Hij maakte geen toekomstplannen meer, hij wachtte af. Hij vertrouwde zijn dagboek toe:

‘Alles is anders, alles is oorlog.’[20]

 

De gemiddelde Nederlander erkende de bezetting en was coöperatief. Dat doorwerken de bezetter kon helpen, zat weinig mensen dwars, wat moest je anders? Maar in de loop van de tijd rukte de bezetting steeds verder op en tastte de zekerheid van het dagelijks leven aan.



[1]Vd Heijden, Grijs verleden, 126

[2] De Jong, Het Koninkrijk, dl III, 520

[3] C.J. Lammers, Vreemde overheersing. Bezetten en bezetting in sociologisch perspectief (Amsterdam, 2005) 14

[4] Vd Boom, We leven nog, 25

[5] Vd Heijden, Grijs verleden, 131

[6] Vd Boom, We leven nog, 27

[7] Ibidem, 29-30

[8] Vd Heijden, Grijs verleden, 130

[9] Ibidem, 236

[10] Lammers, Vreemde overheersing, 12

[11] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 53

[12] Van der Heijden, Grijs verleden,  196

[13] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 23

[14] Vd Heijden, Grijs verleden, 142

[15] Blom, Exploitatie en nazificatie, 36

[16] Vd Boom, We leven nog, 81

[17] Verkijk, Die slappe Nederlanders, 20

[18] Vd Boom, We leven nog, 110

[19] Vd Heijden, Grijs verleden, 239

[20] Ibidem, 248

Posted in Uncategorized | Send feedback »

1 2 3 4 5 6 7 >>
  • Calendar

    May 2012
    Mon Tue Wed Thu Fri Sat Sun
     << <   > >>
      1 2 3 4 5 6
    7 8 9 10 11 12 13
    14 15 16 17 18 19 20
    21 22 23 24 25 26 27
    28 29 30 31      
  • Aankomend historicus

  • Op deze blog vind je alles wat mij, jurist met sabbatical en deeltijd student geschiedenis, bezighoud.

  • Navigation

    • Recently
    • Archives
    • Categories
    • Latest comments
  • Search

  • Recent comments

      No comment yet...

  • Categories

    • All
    • Uncategorized
  • Archives

    • February 2012 (1)
    • January 2012 (5)
    • December 2011 (4)
    • November 2011 (10)
    • September 2011 (2)
    • August 2011 (1)
    • July 2011 (4)
    • June 2011 (6)
    • More...
  • XML Feeds

    • RSS 2.0: Posts, Comments
    • Atom: Posts, Comments
    What is RSS?
free blog tool

Valid XHTML 1.0 Transitional

Valid CSS!

 

©2012 | Contact | Design by Emin Özlem aka tilqicom | Credits: blog software | webhost | monetize blog ancient_years skin 0.1